Innovatie in het restauratietimmervak

Koen van der Eng is restauratietimmerman bij Pronk Bouw. Hij was genomineerd voor de onderscheiding Jong Monumententalent van het Nationaal Monumentencongres, dat afgelopen jaar het thema ‘Innovatie en Vakmanschap’ had. Reden voor een gesprek met Koen en zijn werkgever Glenn Pronk over innovatie.


Innovatie komt in de beroepspraktijk van de restauratietimmerman vooral terug in gereedschap en in materialen, vertelt Koen: “Vroeger werkte de timmerman met handgereedschap, maar nu kun je bijvoorbeeld een houtbeitel op een hakboormachine zetten. Dat is makkelijk voor het hakken van gaten voor een pen-gatverbinding, dat gaat lekker snel en netjes. De oscillerende zaag/multi-tool is ook een nieuw gereedschap waar mee je heel snel kunt werken, vooral om kleine blokjes hout uit een kozijn of balk te halen.”

Ook in materialen zijn er handige innovaties, bijvoorbeeld in de lijmen en epoxies, de vulmiddelen voor aanhelingen. Glenn Pronk noemt ook glas als een materiaal dat diverse innovaties heeft doorgemaakt: “Er zijn steeds meer soorten glas. Het bekende monumentenglas is eigenlijk gewoon gelaagd glas, dus 2 ‘bobbelige’ glasplaten met een folie ertussen. Dat geeft een minimale verbetering in de isolatie maar er is nu monumentenspouwglas dat bestaat uit twee ‘bobbelige’ glasplaten met ruimte ertussen. Dat isoleert veel beter. Dat bobbelige geeft het glas een mooie, authentieke uitstraling als van oud glas.”

Voor wat betreft hout wordt de laatste tien jaar veel met Oregon Pine uit Noord-Amerika gewerkt, een vervanger voor grenen: “Goed grenen is er niet meer. Oregon pine wordt gebruikt voor fijn werk. Voor constructief werk wordt Douglas gebruikt.” verteld Glenn Pronk, “Bij de keuze van hout is de vochtigheidsklasse belangrijk. Als je een kozijn of balk gaat aanhelen, wil je werken met dezelfde soort hout qua structuur en vochtigheid. Je moet altijd een goede houtvoorraad hebben, die lang genoeg heeft gedroogd.”

Innovatie is een moeilijk begrip voor wat betreft het aanpassen van monumenten aan de eisen van deze tijd. De gebruiker stelt moderne comforteisen maar bij een monument kunnen aanpassingen zoals innovatieve isolaties, leiden tot bouwfouten zoals vochtplekken. Die ontstaan doordat je het condenspunt verplaatst. In Schellinkhout heeft Koen gewerkt aan een kerk waar door een gebrek aan ventilatie vochtproblemen waren ontstaan: “Er was geen trek in de kerk waardoor het condens tegen de kap aan sloeg. Dat vindt ongedierte ook fijn: vocht en warmte. Dus de bonte knaagkever deed zich te goed aan de kapconstructie. Je hebt trek nodig: warme lucht eruit, koude lucht erin: dat vinden die beestjes niet fijn. ” Onderzoek naar goede oplossingen is noodzakelijk om in de toekomst comfort van de gebruiker en welzijn van het monument te kunnen verenigen.